Hoofddoekjes dragen doe je lekker thuis.

Het is een gure wintermaand, politiek roerige tijden: november 2015. Spanningen in het Midden-Oosten. In Syrië woedt een hevige burgeroorlog. Zelfmoordaanslagen in Libanon. Oplaaiende conflicten in Israël. In Europa heerst de angst voor terreur. Bij meerdere schietpartijen en zelfmoordaanslagen in de Franse hoofdstad Parijs komen meer dan 120 mensen om het leven; terreurgroep IS eist de aanslagen op.

Tussen alle narigheden in, is daar plots 6 november 2015. In Canada is die week de nieuwe premier ingezworen en met hem een regering waarin evenveel vrouwen als mannen zitten. Genderdiversiteit. Maar ook een moslima, een Sikh, een blinde oud-paralympisch zwemster; allemaal in de regering. Op de vraag waarom hij dat belangrijk vond, antwoordde Justin Trudeau: ‘Omdat het 2015 is’.

Dit kleine lichtpuntje in dat jaar opende mijn ogen en toonde mij dat er meer mogelijk is dan wat wij gewend zijn. In ons kleine kikkerlandje, land van tolerantie. “Kan dat echt? Een blinde oud-paralympisch sporter als minister? En een Sikh? En een mevrouw met een hoofddoek?”, hoorde ik mezelf al denken. Het voelde gek aan twee kanten. Ten eerste, dit had ik nog nooit gezien of gehoord. Ten tweede, waarom verbaasde ik mij hierover? De beklemmende standaardisering van wat ‘normaal’ is, deed mij de das om. Je mag zijn wie je bent, maar het moet wel normaal blijven.

Waar komt deze normalisering toch vandaan? In Nederland is het niet alleen lastig om als minderheid te klimmen op de sociale ladder, het lijkt ook ongewenst. Niet omdat we je niet mogen, maar voortkomend uit een vreemde drang naar zekerheid. Als je afwijkt van de objectieve norm, dan is dat een gebrek en geen verrijking: “hoofddoekjes dragen doe je maar lekker thuis”. Het is trending om een bepaalde mate van objectiviteit te willen uitstralen. Draag geen tattoos, geen rasta en wees alsjeblieft niet openlijk gelovig. Dat is de norm. Maar Canada werd trending dankzij Trudeau en zijn norm dat juist diversiteit normaal is.

De laatste minister met een hoofddoek? Ik kan het me niet herinneren. Net zoals de laatste man in onze regering met een trots gedragen keppeltje. De drang naar objectiviteit. Het klonk mij altijd best logisch in de oren. Hoe vreemd het eigenlijk is valt pas op in een stad als Den Haag, Rotterdam of Amsterdam. Als je bijvoorbeeld in de Amsterdamse buslijn 21 een hele rit uitzit tussen Amsterdam Centraal en eindpunt Geuzenveld. De hoeveelheid mensen van diverse culturen die in- en uitstappen, en de buschauffeurs zo strak in pak zonder ook maar een rafelrandje. Je neemt er bijna aanstoot aan.

Maar een veel groter probleem is toch dat heel veel gezellige, gastvrije en betrouwbare mannen en vrouwen met een keppeltje, een hoofddoek of een Dastar zich niet zo snel getrokken, en misschien zelfs geweerd, voelen om het mooie ambt van tramconducteur of buschauffeur te bekleden. Tramconducteur Aziz maakte zich in 2009 al hard voor meer afwijking van de norm. Maar bij het Amsterdamse Gemeente VervoerBedrijf (GVB) mag je nog steeds geen gouden kruisje om je nek hangen tijdens dienst. Vanwege objectiviteit. Mensen moeten er geen aanstoot aan kunnen nemen.

Niet alleen de GVB hanteert deze problematische functie-eisen, ook de Nationale Politie. En in Amsterdam willen ze daar in het kader van de, heel traag ontwikkelende, diversiteitsstrategie het liefst afstand van nemen. Waarom mag je geen hoofddoek op als politieagent? Kan je dan plots geen boeven meer vangen? Het duurde even, maar hoofdcommissaris Aalbersberg durft deze vraag hardop te stellen en zijn eigen antwoord luidt ‘nee’.

In Canada kan je met geloofssymbool in de regering plaatsnemen. In Londen is het heel normaal om als agent een hoofddoekje te dragen. Sommigen vinden het de toepassing van de Sharia. Is het een islamiseringsvoorstel om geloofssymbolen toe te staan voor buschauffeurs en agenten? Voor diegenen die zich dat afvragen, geven de tranen van GVB-tramconducteur Aziz antwoord. Een chauffeur die jou en mij respecteert, maar mét een kruisje om zijn nek, dus niet objectief genoeg. Terwijl het 2017 is.