Dogma’s over zwart en wit

Afgelopen week was ik met stomheid geslagen na het lezen van het opiniestuk van VVD-raadslid Werner Toonk over zijn kijk op segregatie in het Amsterdamse onderwijs. De problematiek van witte en zwarte scholen zou geleid worden door ‘linkse dogma’s’. In het betoog werd de, naar eigen zeggen, zwaar onderbelichte ware behoefte van ouders uitgelicht: goed onderwijs. Daarmee bracht Toonk een veel misbruikte schijntegenstelling aan het licht, namelijk tussen goed onderwijs en diversiteit. Het zouden twee totaal verschillende dingen zijn: het zit elkaar in de weg en het is een beperking van de keuzevrijheid als de overheid daarin intervenieert. Over veronderstellingen gesproken. Daarom presenteer ik u drie échte dogma’s in het debat over diversiteit in het Amsterdamse onderwijs, opvallend vaak gebruikt door de VVD.

Dogma 1: “Het probleem valt mee: er is een beperkt aantal scholen met overwegend witte kinderen van hoogopgeleide ouders”

Eind 2014 stelde het Sociaal Cultureel Planbureau in het rapport “Verschil in Nederland” vast dat welgestelden in Nederland en mensen aan de onderkant van de samenleving elkaar nauwelijks tegenkomen. En dat is iets wat in het Amsterdamse basisonderwijs tot op de dag van vandaag wordt bevestigd. In de hoofdstad wonen meer dan 800.000 inwoners met 180 verschillende nationaliteiten én met een zeer divers opleidingsniveau. Toch is die diversiteit niet op alle Amsterdamse basisscholen terug te zien. Er zijn nog steeds witte én zwarte scholen. En ook in gemengde wijken is er sprake van segregatie op scholen.

Onderzoek van de dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek Amsterdam (OIS) heeft uitgewezen dat scholen in de stad veel meer gesegregeerd zijn dan onze wijken. Dus in gemengde wijken gaan kinderen vaak naar ‘witte’ of ‘witte’ scholen. Ook groeit het leerlingenaantal in de stad, waarbij het aantal niet-gemengde scholen stijgt. Men kiest zelfs steeds vaker voor witte scholen en dat versterkt de sociale segregatie. Van alle basisschoolleerlingen in Amsterdam gaat slechts 18 procent naar een gemengde school. Slechts 18 procent van de basisschoolleerlingen gaat naar een echt gemengde school waar het aandeel wit en zwart tussen de 40 en 60 procent ligt en daarmee in de buurt komt van een afspiegeling van de bevolking. Dat betekent dat de overgrote meerderheid van de scholen wit of zwart is. Het probleem valt mee? Ik dacht het niet.

Dogma 2: “Het probleem is geen probleem: goed onderwijs is belangrijker dan diversiteit”

Goed onderwijs wordt vaak verward met excellentie. Het klinkt misschien gek, maar diversiteit is ook kwaliteit. Kinderen hebben niet in gelijke mate toegang tot onderwijs van gelijk niveau. Als dat wel het geval was dan zouden gerichte maatregelen de kwaliteit misschien alleen maar aantasten.

Wat echter gezien wordt als talent of excellentie, is vaak niet neutraal. Deze waarden zijn meestal gebaseerd op kenmerken waarbij mensen vaak (onbewust) de voorkeur aan mensen die op henzelf lijken en met wie ze een klik voelen. Dat geldt voor zowel witte als zwarte scholen vanwege de overwegend ‘homogene’ groep. Het beïnvloedt selecties en evaluaties, en dus ook de toekomst van kinderen, denk bijvoorbeeld aan de doorstroming na een Cito-endtoets op de basisschool. Talenten van mensen met een andere achtergrond dan de meerderheid vallen weg en worden onvoldoende gezien. Dat is slecht.

Daarnaast gaat onderwijs over meer dan alleen het niveau van de wiskundeles of het opleidingsniveau van de leraar. Kijk bijvoorbeeld naar de discussie over het tekort aan mannen voor de klas in het basisonderwijs. Dat is niet een probleem omdat vrouwen minder goed onderwijs geven, maar omdat we gevormd worden door het onderwijs. Die vorming wordt niet alleen beínvloedt door de leraar voor de klas, maar nog meer door de klasgenten waarmee je in contact komt en vriendschappen mee sluit. Het is leren omgaan met de multiculturele samenleving die wij hebben. Doordat mensen met andere opleidingsniveaus, inkomens en culturele achtergronden elkaar op steeds minder plekken in de samenleving tegenkomen is het misschien belangrijker dan ooit dat we niet al op de basisschool onnodig filteren tussen groepen.

Dogma 3: “Oplossen van het probleem is beperkend: gemengde scholen is een beperking van keuzevrijheid”

Denk bijvoorbeeld aan het vrijer maken van het toelatingsbeleid door ouders meer ruimte te gunnen om hun kinderen op een zwarte school in te schrijven ondanks dat zij uit een wit, hoogopgeleid milieu komen. Nu maken ouders gebruik van regelingen als die van een algemene voorziening voor alle 0- tot 4-jarigen om naar de peuterspeelzaal te gaan of het systeem van ouderinitiatieven. Dat laatste biedt natuurlijk vooral een mogelijkheid voor hoogopgeleide ouders met een bepaald netwerk. Mijn moeder had mij vroeger, hoe graag ze dat ook had gewild, niet eigenhandig via zo’n ingewikkeld systeem op een zwarte school kunnen zetten. “Gelukkig” woonden ons gezin in een omgeving met veel laagopgeleide mensen met en laag inkomen.

Helaas, mensen kiezen voor wit. Toch zeggen ouders volgens onderzoek wel dat zij de voorkeur geven aan gemengde scholen. Komt de tegenstelling dan voort uit het dogma dat diversiteit de kwaliteit van onderwijs ondermijnt? Misschien. Maar het is erg kortzichtig om je te blijven verkijken op de beperking van de keuzevrijheid. Het is slechts een bijzaak, want het is de keuze van ouders die bijdraagt aan segregatie in de stad, concludeert OIS, en dat gaat in tegen óns ideaal: gemengd.

De situatie is nu dus nog veel erger dan het gevreesde keuzevrijheidsprobleem. Doordat de gemeente onvoldoende faciliterend optreedt in het bevorderen van diversiteit, worden ouders niet gehoord in hun ideaal van gemengde scholen. Ze worden onvoldoende geholpen om dat te verwezenlijken. Maar laat ik nou niet flauw doen en onderschrijven dat zowel keuzevrijheid als diversiteit allebei belangrijke waarden zijn voor ouders. Maar dan vraag ik me oprecht af: waarom zou de gemeente dan méér waarde moeten hechten aan keuzevrijheid? Omdat het populair klinkt? Of tóch gewoon zo’n dogma?

Kortom, misverstanden te over. Laten we juist vanwege dat soort vervelende misverstanden – of feitenvrije dogma’s – gewoon ophouden met onzinnig politiseren van zo’n belangrijk probleem. We zouden ons in Amsterdam moeten schamen dat we in een publiek onderwijsstelsel als het onze een dusdanig extreme segregatie kennen. Omarm de diversiteit, neem segregatie serieus en houd op met de onzin.